Voorbehouden opdrachten vergroten banenkansen gehandicapten en kansarmen

2 okt 2018

Onlangs heeft Kamerlid Eppo Bruins een aantal Kamervragen gesteld over het creëren van meer banenkansen voor mensen met een afstand op de arbeidsmarkt en de rol van de Aanbestedingswet hierin. De vragen van Bruins richten zich op het aantrekkelijker maken van de mogelijkheid voor het gunnen van voorbehouden opdrachten (artikel 2.82 Aanbestedingswet). Daarnaast vraagt Bruins of voor het in artikel 2.82 Aanbestedingswet opgenomen “30%-criterium” ook gedetacheerde werknemers meetellen.

Antwoorden op de Kamervragen
De staatssecretarissen benadrukken in hun antwoorden dat artikel 2.82 Aanbestedingswet aanbestedende diensten de mogelijkheid biedt om de deelname aan aanbestedingsprocedures voor te behouden aan sociale ondernemingen. Sociale ondernemingen moeten dan wel aan een tweetal eisen voldoen. Als eerste moet het hoofddoel van de onderneming zijn: ‘maatschappelijke en professionele re-integratie van gehandicapten en kansarmen’. Als tweede moet het werknemersbestand van de onderneming voor ten minste 30% bestaan uit gehandicapten en kansarmen. Door bepaalde opdrachten voor te behouden, wordt het voor sociale ondernemingen gemakkelijker om opdrachten te verwerven. Op die wijze wordt bijgedragen aan de arbeidsparticipatie van gehandicapten en kansarmen. De staatssecretarissen benadrukken wel dat dit niet betekent dat opdrachten onderhands aan een eigen SW-bedrijf kunnen worden gegund; gebruikmaken van artikel 2.82 Aanbestedingswet houdt terdege concurrentiestelling in.

In antwoord op de vraag of ook gedetacheerde werknemers meegeteld mogen worden voor het voldoen aan het 30%-criterium, zijn volgens de staatssecretaris de omstandigheden van het geval leidend. Ze sluiten het dus niet uit. Zij overwegen dat voor een antwoord op die vraag de interpretatie van het begrip ‘werknemer’ van belang is. Voor het voldoen aan het 30%-criterium is het de vraag of de werkgelegenheid die het bedrijf biedt, structureel van aard is. Het mag dus niet gaan om tijdelijke dienstverbanden. Gedetacheerde werknemers kúnnen niettemin worden aangemerkt als ‘werknemer’ wanner sprake is van een duurzame arbeidsrelatie. Concrete handvatten voor wanneer er sprake is van een ‘duurzame arbeidsrelatie’, worden niet gegeven. Het is dan ook aan de rechter om te beoordelen of gedetacheerde werknemers meegeteld kunnen worden voor het 30%-criterium. De rechtspraktijk zal dit (hopelijk) duidelijk maken.

Conclusie

Voorbehouden opdrachten dragen bij aan het vergroten van de werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, maar aan het gunnen van dergelijke opdrachten zijn voorwaarden verbonden. De toepassing door aanbestedende diensten van voorbehouden opdrachten kan de werkgelegenheid van sociale ondernemingen bevorderen en op die wijze bijdragen aan het vergroten van banenkansen voor gehandicapten en kansarmen. Naarmate meer ondernemingen voldoen de criteria voor sociale ondernemingen wordt het ook aantrekkelijker voor aanbestedende diensten om voorbehouden opdrachten in de markt te zetten; er vindt dan meer concurrentie plaats. Voor ondernemingen wordt het vervolgens juist interessanter om aan de criteria te voldoen, wanneer er meer aanbestedende diensten gebruik maken van voorbehouden opdrachten. Vraag die dan resteert, wie neemt de eerste stap?