Uitspraak van de Week: Beperking beoordelingsvrijheid door weging sub-onderdelen

13 aug 2019

De rechtspraak leert ons dat een beoordelingscommissie veel vrijheid heeft bij het beoordelen van inschrijvingen. Pas als blijkt dat de gunningsbeslissing door procedurele of inhoudelijke onjuistheden niet deugt, zal de rechter ingrijpen. Maar hoe ver gaat deze vrijheid bij het beoordelen van onderdelen van kwalitatieve sub-gunningscriteria? Wanneer is vereist dat ook deze onderdelen worden gemotiveerd in de gunningsbeslissing? Op deze vragen gaf de rechtbank Midden-Nederland vorige week antwoord.

Gemeente Utrecht is een niet-openbare aanbesteding gestart voor het bouwen van een hoogbouwkavel in Leidsche Rijn. In de leidraad staat dat het kwalitatief gunningscriterium uit verschillende onderdelen bestaat, die vervolgens weer verdeeld zijn in subonderdelen. Onderdeel B bestaat uit 3 subonderdelen waarbij integraal in totaal 10 punten kan worden behaald, met een verdeling van 0-4-6-8-10. Vervolgens is in de nota van inlichtingen gecommuniceerd dat de betreffende drie subonderdelen in gelijke mate meewegen (verdeling 1-2-3). Voor ieder subonderdeel kon dus maximaal 3,33 punten behaald worden. Inschrijver Ballast Nedam is als tweede in de rangorde geëindigd en stelt dat haar beoordeling onvoldoende is gemotiveerd, onder andere omdat de scores op de subonderdelen niet zijn verstrekt en gemotiveerd. De winnende inschrijver kreeg voor onderdeel B 8 punten en Ballast Nedam 4 punten.

De rechter stelt vast dat de beoordelingscommissie de subonderdelen heeft beoordeeld op grond van de verdeling 1-2-3, wat niet overeenkomst met de integrale puntenverdeling die in de leidraad voor het geheel is beschreven. De 1-2-3-verdeling is gebruikt om de subonderdelen in gelijke mate te laten meewegen bij de integrale beoordeling. Hoe de vertaalslag naar de totaalscore met de verdeling 0-4-6-8-10 kan worden gemaakt en dus hoe de scores van de verliezende en winnende inschrijving tot stand zijn gekomen, maakt de gemeente niet duidelijk. Hierdoor oordeelt de rechter dat de gemeente weliswaar inhoudelijk juist heeft beoordeeld, maar onvoldoende transparant heeft gemaakt hoe de totaalscore voor inschrijvers op onderdeel B tot stand is gekomen.

De rechter bevestigt dat de beoordelingsvrijheid van het beoordelingsteam groot is, maar dat de schending van het transparantiebeginsel door de gemeente hierdoor niet wordt geheeld. Wanneer de gemeente naar inschrijvers communiceert dat subonderdelen in gelijke mate meewegen, dan dient zij ook te motiveren hoe deze meewegen in de totale score van het onderdeel. Alleen dan kunnen inschrijvers de wijze waarop is beoordeeld toetsen en controleren of de beoordeling de gunningsbeslissing rechtvaardigt.

Een interessante uitspraak, aangezien eerdere rechtspraak (zie bijvoorbeeld rechtbank Rotterdam 11 februari 2016) leert dat cijfers voor subonderdelen en een aparte motivatie per subonderdeel niet zijn vereist, een integrale beoordeling van het kwaliteitsonderdeel is voldoende. Maar als je zelf verwarring schept door het in de nota van inlichtingen te hebben over de weging en beoordeling van subonderdelen, dan moet ook duidelijk zijn hoe deze meewegen in de totale score van het onderdeel!

Is je interesse gewekt en wil je de volledig uitgewerkte uitspraak ontvangen? Meld je dan aan voor onze wekelijkse jurisprudentie update via info@aevesbenefit.com!

Dieuwertje Koesen en Farah Sediqi

Uitspraak van vorige week gemist? Klik hier om de Uitspraak van week 31 te lezen.

Uitspraak van de week 32

Over de Uitspraak van de Week

Ons team juristen volgt de ontwikkelingen binnen het aanbestedingsrecht op de voet. Iedere week bespreken zij ontwikkelingen binnen het vakgebied, waaronder de in die week gepubliceerde jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie, van de nationale rechters en de adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts. Onze juristen beschikken over een diepgaande en actuele kennis van het aanbestedingsrecht. Iedere week kiezen zij één “Uitspraak van de Week” uit: een uitspraak die opvalt en relevant is voor inkopers in de publieke sector. Die Uitspraak van de Week delen wij met u door middel van het weergeven van de casus, het rechterlijk oordeel én de impact voor de praktijk.

Wie zijn wij?

Ons team juristen bestaat uit twaalf gespecialiseerde aanbestedingsjuristen in vaste dienst, waarvan acht senior juristen. Drie van de acht komen uit de advocatuur. Onze juristen zijn voor veel klanten vaste sparringpartner op aanbestedingsjuridisch gebied: zowel voor inkopers, behoeftestellers als voor in house juristen. Omdat onze juristen ruime ervaring hebben met het zelf begeleiden van aanbestedingen, het voeren van onderhandelingen met leveranciers, het opstellen van contracten en algemene voorwaarden en sommigen ook met het procederen hierover, kunnen zij praktisch en to the point adviseren. Door die praktische instelling, onze ruime ervaring én onze aantrekkelijke tarieven zijn wij vaak het ideale alternatief voor de inzet van een advocaat daar waar het geen gerechtelijke procedure betreft.