Uitspraak van de Week: Lage inschrijfprijs blijkt niet irreëel

6 aug 2019

De inschrijfprijs speelt meestal een belangrijke rol in de gunning van een opdracht. Een lage inschrijfprijs is gunstig, zolang de kwaliteit maar voldoende is gewaarborgd. Maar wat als een winnende inschrijver een prijs heeft aangeboden die 56% onder de prijs van de tweede in de rangorde ligt en 39% lager dan de huidige dienstverlener? Is dat abnormaal en moet de aanbestedende dienst dan de inschrijfprijs betwijfelen, ondanks dat zij vertrouwen heeft in de inschrijver? En kan een verliezende inschrijver afdwingen dat de aanbestedende dienst dit onderzoekt? Deze vragen stonden centraal in de uitspraak van de rechtbank Den Haag die vorige week is gepubliceerd.

De zaak gaat om een openbare Europese aanbestedingsprocedure van de gemeente Den Haag voor het wegslepen en bewaren van voertuigen en het plaatsen van wielklemmen. Op deze aanbesteding hebben twee partijen ingeschreven, een B.V. en Conduent Business Services (hierna: Conduent). Uiteindelijk heeft de B.V. de opdracht gewonnen. Conduent meent echter dat de inschrijving van de B.V. irreëel is omdat deze 56% lager is dan die van Conduent en ongeveer 39% lager dan de gemeente betaalt voor de huidige uitvoering van de werkzaamheden. Ook zou de B.V. over onvoldoende personeel beschikken. Gezien het voorgaande zou de B.V. de overeenkomst met de gemeente niet kunnen nakomen. Volgens Conduent zou de gemeente de B.V. moeten uitsluiten, althans in ieder geval grondig onderzoek moeten doen naar de inschrijfprijs van de B.V.

Volgens de rechter hoeft de gemeente dit niet te doen. Aanbestedende diensten mogen immers bij het beoordelen van inschrijvingen vertrouwen op hetgeen wordt aangeboden. Pas bij gerede twijfel bestaat er een inspanningsplicht om onderzoek te doen naar de juistheid ervan. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer andere inschrijvers aannemelijk maken dat sprake is van een irreële inschrijving. Als dan na het onderzoek blijkt dat er daadwerkelijk sprake is van een irreële inschrijving, moet de betreffende inschrijving terzijde worden gelegd. In deze zaak had de gemeente geen onderzoek uitgevoerd, maar wel een aantal verificatievragen gesteld aan de B.V. Dit was genoeg volgens de rechter. Immers, Conduent had niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van een irreële inschrijving en de kostenstructuur van de inschrijving van de B.V. en die van Conduent waren niet vergelijkbaar met elkaar. Beiden hebben een andere ondernemingsstrategie en bedrijfscultuur en het verschil in prijs is onder andere te verklaren door de mindere score op kwaliteit van de B.V.

Het feit dat een inschrijving die meer dan de helft lager is dan een andere inschrijving betekent niet automatisch dat die inschrijving irreëel is. Er kunnen verschillende factoren zijn die een lage inschrijfprijs verklaren. Een klagende inschrijver zal met meer onderbouwing moeten komen om aan te tonen dat er twijfel bestaat over de juistheid van de prijs van de concurrent. Pas dan kan de aanbestedende dienst worden verplicht om verder onderzoek uit te voeren.

Is je interesse gewekt en wil je de volledig uitgewerkte uitspraak ontvangen? Meld je dan aan voor onze wekelijkse jurisprudentie update via info@aevesbenefit.com!

Dieuwertje Koesen en Farah Sediqi

Uitspraak van vorige week gemist? Klik hier om de Uitspraak van week 30 te lezen.

Week 31

Over de Uitspraak van de Week

Ons team juristen volgt de ontwikkelingen binnen het aanbestedingsrecht op de voet. Iedere week bespreken zij ontwikkelingen binnen het vakgebied, waaronder de in die week gepubliceerde jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie, van de nationale rechters en de adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts. Onze juristen beschikken over een diepgaande en actuele kennis van het aanbestedingsrecht. Iedere week kiezen zij één “Uitspraak van de Week” uit: een uitspraak die opvalt en relevant is voor inkopers in de publieke sector. Die Uitspraak van de Week delen wij met u door middel van het weergeven van de casus, het rechterlijk oordeel én de impact voor de praktijk.

Wie zijn wij?

Ons team juristen bestaat uit twaalf gespecialiseerde aanbestedingsjuristen in vaste dienst, waarvan acht senior juristen. Drie van de acht komen uit de advocatuur. Onze juristen zijn voor veel klanten vaste sparringpartner op aanbestedingsjuridisch gebied: zowel voor inkopers, behoeftestellers als voor in house juristen. Omdat onze juristen ruime ervaring hebben met het zelf begeleiden van aanbestedingen, het voeren van onderhandelingen met leveranciers, het opstellen van contracten en algemene voorwaarden en sommigen ook met het procederen hierover, kunnen zij praktisch en to the point adviseren. Door die praktische instelling, onze ruime ervaring én onze aantrekkelijke tarieven zijn wij vaak het ideale alternatief voor de inzet van een advocaat daar waar het geen gerechtelijke procedure betreft.