Uitspraak van de Week: Opzegging wegens niet onberispelijke reputatie opdrachtnemer toegestaan

28 mei 2019

Aanbestedende diensten hechten veel waarde aan de integriteit van inschrijvers. Bewijsstukken zoals de Gedragsverklaring aanbesteden, worden gebruikt om integere partijen te contracteren. Maar wat als gedurende de contractperiode de integriteit van de opdrachtnemer toch minder onberispelijk blijkt dan initieel leek? Kan de overeenkomst dan worden opgezegd? Of dient een dergelijke integriteitsbepaling expliciet uit de aanbestedingsstukken te blijken? Dit vraagstuk stond centraal in een zaak van de rechtbank Den Haag van afgelopen week.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) had een aantal raamovereenkomsten gesloten met Happy Birds voor de opslag en verzorging van dieren. Tijdens de uitvoering van de raamovereenkomsten komt RVO erachter dat de bestuurder van Happy Birds verdacht wordt van een aantal overtredingen van de Wet Natuurbescherming en voor één overtreding een geldboete opgelegd heeft gekregen. Hierop zegt RVO de raamovereenkomsten op, omdat het voor RVO cruciaal is dat de opslaghouders die dieren opvangen een onberispelijke reputatie hebben en houden.

Volgens Happy Birds is deze opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onrechtvaardig, in strijd met het vertrouwensbeginsel, niet proportioneel en in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. De strafrechtelijke procedures zouden namelijk de opzegging niet rechtvaardigen. Ook was het hebben van een onberispelijke reputatie niet in de aanbestedingsstukken beschreven. In de stukken was immers alleen een Gedragsverklaring aanbesteden gevraagd, en deze heeft Happy Birds reeds overgelegd.

De rechter gaat niet mee met het verhaal van Happy Birds. Weliswaar volgt de eis van het hebben van een onberispelijke reputatie niet uit de aanbestedingsprocedure, maar dat betekent niet dat RVO geen eisen mag stellen aan de integriteit van haar contractpartners. Een geldboete wegens een schending van de Wet Natuurbescherming raakt evident de integriteit van Happy Birds, waardoor RVO de overeenkomst mocht opzeggen. Er rust immers een zorgplicht op RVO ten aanzien van de dieren.

Een schending van de reputatie van de opdrachtnemer kan dus een gegronde reden zijn om een overeenkomst op te zeggen. Geen enkele aanbestedende dienst wil in zee gaan met niet-integere partijen, in het bijzonder niet wanneer op haar een zorgplicht rust en het om de welzijn van dieren gaat. Het is dus niet nodig om een integriteitsbepaling expliciet in de aanbestedingsstukken te zetten, gezien de omstandigheden van dit geval is de opzegbepaling voldoende.

Wat speelde er precies?

Feiten

Het Inkoop Uitvoering Centrum EZ heeft een openbare aanbesteding georganiseerd voor RVO (hierna: de Staat) voor het verkrijgen van diensten op het gebied van in beslag genomen dieren. Tussen de Staat en Happy Birds Breeding & Trading (hierna: Happy Birds) zijn in dat kader drie raamovereenkomsten gesloten. Op de raamovereenkomsten zijn de ARVODI-2016 van toepassing verklaard. Daarin staat onder meer dat de opdrachtgever gerechtigd is om de raamovereenkomsten tussentijds op te zeggen.

Enige tijd later ontvangt de Staat een brief van het Openbaar Ministerie waarin staat dat tegen de bestuurder van Happy Birds meerdere processen-verbaal zijn opgemaakt wegens verdenking van overtreding van de Wet Natuurbescherming. Zo zou de bestuurder – anders dan voor verkoop – een wilde havik onder zich hebben gehouden. Daarnaast zouden er steenuilen op onrechtmatige wijze geringd zijn.

De bestuurder heeft per mail aan de Staat gevraagd waarom zij al geruime tijd geen opdrachten meer krijgen. Daarop heeft de Staat geantwoord dat Happy Birds geen diensten meer mag leveren gedurende de looptijd van de raamovereenkomsten, totdat de bestuurder is vrijgepleit van de verdenkingen. In de zaak over de havik is de bestuurder vrijgesproken, de zaak over de steenuilen heeft tot een veroordeling in de vorm van een geldboete geleid. Nadat er vanuit Happy Birds is verzocht om het besluit tot opschorting te heroverwegen, heeft de Staat aangegeven dat de drie raamovereenkomsten worden opgezegd. De reden hiervoor is dat de Staat alleen dieren wenst te plaatsen bij een opslaghouder met een onberispelijke reputatie. Door het overtreden van de Wet Natuurbescherming voldoet Happy Birds naar het oordeel van de Staat niet langer aan deze eis.

Happy Birds vecht de opzegging vervolgens aan bij de voorzieningenrechter. Daarbij voert zij aan dat opzegging van de raamovereenkomsten wegens de opgelegde geldboete niet proportioneel zou zijn. Volgens Happy Birds zou het slechts gaan om een licht bestrafte administratieve fout. Daarnaast is Happy Birds van mening dat zij voldoet aan alle voorwaarden die destijds in de aanbestedingsprocedure zijn gesteld. Zo zou het hebben van een onberispelijke reputatie niet als vereiste volgen uit de aanbestedingsprocedure, terwijl zij daar nu wel op wordt afgerekend. Happy Birds voert bovendien aan dat de Staat het vertrouwensbeginsel heeft geschonden door de raamovereenkomsten tussentijds op te zeggen. Ook zou er sprake zijn van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, door de raamovereenkomsten op te zeggen zonder eerst met Happy Birds te overleggen en zonder rekening te houden met haar belangen. Gezien voornoemde omstandigheden is Happy Birds al met al van mening dat opzegging van de raamovereenkomsten naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Happy Birds vordert dan ook dat de Staat wordt veroordeeld om gehoor te geven aan de raamovereenkomsten gedurende de looptijd daarvan.

Uitspraak

De rechter stelt voorop dat Happy Birds onder de raamovereenkomsten geen aanspraak kan maken op het verstrekken van opdrachten. Daarnaast is de Staat bevoegd om de overeenkomsten tussentijds op te zeggen, wegens de op de raamovereenkomsten van toepassing verklaarde ARVODI-2016. Nergens is deze opzeggingsbevoegdheid beperkt. Niettemin is de uitoefening van deze bevoegdheid wél onderworpen aan de ongeschreven regels van redelijkheid en billijkheid.

In deze zaak behandelt de rechter dan ook de vraag of de opzegging van de raamovereenkomsten, gelet op de maatstaven van redelijkheid en billijkheid, door de beugel kan. Hierbij dient Happy Birds als stellende partij concrete feiten en omstandigheden aan te voeren die aan opzegging door de Staat in de weg staan.

Wat betreft de door de Staat aangevoerde opzeggingsgronden is de rechter van oordeel dat de Staat in redelijkheid ervoor mag kiezen om enkel in zee te gaan met integere opslaghouders. De geldboete die de bestuurder opgelegd heeft gekregen wegens schending van de Wet Natuurbescherming, raakt evident de integriteit van Happy Birds. De omstandigheid dat het hebben van een onberispelijke reputatie weliswaar niet expliciet uit de aanbestedingsprocedure volgt en niet als harde eis is geformuleerd, betekent naar oordeel van de rechter echter niet dat de Staat geen eisen zou mogen stellen aan de reputatie van de door hem gecontracteerde opslaghouders. Daarnaast blijkt uit een ondervraging van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: NVWA) dat Happy Birds geen actuele kennis heeft over de status van de geringde steenuilen die zij in haar vogelpark houdt. Ook zijn in dat kader aanwijzingen dat de huisvesting en verzorging van vogels door Happy Birds niet helemaal volgens de regels zouden verlopen.

De Staat heeft terecht opgemerkt dat op hem een zorgplicht rust ten aanzien van de dieren die hij in beslag heeft genomen en ter verzorging heeft aangeboden bij Happy Birds. Daarbij heeft de Staat voldoende aannemelijk gemaakt dat hij tekort zou doen aan die zorgplicht door de dieren in de gegeven omstandigheden toe te vertrouwen aan Happy Birds. Happy Birds heeft in dat kader onvoldoende concrete feiten en omstandigheden aangevoerd die de opzeggingsbevoegdheid van de Staat in de weg zouden staan. Dit betekent niet dat Happy Birds als opvanglocatie geheel ongeschikt is, maar dat de Staat gebruik mocht maken van zijn opzeggingsbevoegdheid. De conclusie luidt dan ook dat de opzegging van de raamovereenkomsten met Happy Birds naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. Dit besluit is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen en steunt op billijke gronden. De vordering van Happy Birds wordt afgewezen.

Dieuwertje Koesen en Farah Sediqi

Uitspraak van vorige week gemist? Klik hier om de Uitspraak van week 20 te lezen.

Over de Uitspraak van de Week

Ons team juristen volgt de ontwikkelingen binnen het aanbestedingsrecht op de voet. Iedere week bespreken zij ontwikkelingen binnen het vakgebied, waaronder de in die week gepubliceerde jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie, van de nationale rechters en de adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts. Onze juristen beschikken over een diepgaande en actuele kennis van het aanbestedingsrecht. Iedere week kiezen zij één “Uitspraak van de Week” uit: een uitspraak die opvalt en relevant is voor inkopers in de publieke sector. Die Uitspraak van de Week delen wij met u door middel van het weergeven van de casus, het rechterlijk oordeel én de impact voor de praktijk.

Wie zijn wij?

Ons team juristen bestaat uit twaalf gespecialiseerde aanbestedingsjuristen in vaste dienst, waarvan acht senior juristen. Drie van de acht komen uit de advocatuur. Onze juristen zijn voor veel klanten vaste sparringpartner op aanbestedingsjuridisch gebied: zowel voor inkopers, behoeftestellers als voor in house juristen. Omdat onze juristen ruime ervaring hebben met het zelf begeleiden van aanbestedingen, het voeren van onderhandelingen met leveranciers, het opstellen van contracten en algemene voorwaarden en sommigen ook met het procederen hierover, kunnen zij praktisch en to the point adviseren. Door die praktische instelling, onze ruime ervaring én onze aantrekkelijke tarieven zijn wij vaak het ideale alternatief voor de inzet van een advocaat daar waar het geen gerechtelijke procedure betreft.