Uitspraak van de Week: Een semantische discussie, of niet?

26 aug 2019

Aanbestedende diensten moeten zich aan hun eigen spelregels houden en potentiële inschrijvers moeten zo snel mogelijk klagen. Twee van de meest gehoorde mantra’s in het aanbestedingsrecht. Twee kernbegrippen: transparantie en rechtsverwerking. Maar hoe ver reikt het transparantiebeginsel? En wanneer begint rechtsverwerking? Kan een inschrijver, die tijdens de procedure geen vragen heeft gesteld over een mogelijke schending van het transparantiebeginsel, zich na de procedure hierop nog beroepen? In een uitspraak van de Rechtbank Limburg van vorige week oordeelde de rechter dat een discrepantie tussen de beschreven gunningsmethodiek in de hoofdtekst en de voettekst voor risico en rekening van de aanbestedende dienst komt, ook al is dit niet eerder aangekaart door de inschrijver

Twee gemeenten hadden gezamenlijk een aanbesteding in de markt gezet voor het vervoer van basisschoolleerlingen. Hierop hadden twee partijen ingeschreven, waaronder Taxi Horn. De inschrijving van Taxi Horn werd terzijde gelegd omdat deze niet het minimum aantal punten voor kwaliteit had behaald. De tweede inschrijving was ongeldig. Hierop besloten de gemeenten om de aanbesteding in te trekken.

Taxi Horn stapt vervolgens naar de rechter en stelt dat de beoordeling van de gemeenten niet voldoet aan de beschreven beoordelingssystematiek en daarom niet transparant is verlopen. In de hoofdtekst van de aanbestedingsleidraad staat namelijk iets anders dan in de voetnoot. De hoofdtekst noemt dat de kwaliteit ‘semantisch’ wordt beoordeeld door de opdrachtgever (elke gemeente apart en dan gemiddeld) met een bepaald cijfer, dat uiteindelijk tot een gewogen puntenaantal leidt. In de voetnoot staat vervolgens een toelichting op de term ‘semantisch’ en dat het uiteindelijke gewogen puntenaantal gedeeld wordt door het aantal beoordelaars (3).

Volgens de rechter moet een aanbestedende dienst handelen zoals zij vooraf in de aanbestedingsstukken heeft gecommuniceerd naar de markt. In deze zaak is de hoofdtekst niet te rijmen met de voetnoot. Tijdens de zitting kwam namelijk naar voren dat de beoordelingscommissie uit twee beoordelaars van de ene gemeente en één beoordelaar van de andere gemeente bestond. Dat betekent dat de verhouding 2:1 is, terwijl uiteindelijk wel door 3 wordt gedeeld. Dit is een andere wijze van beoordelen dan in de hoofdtekst staat, namelijk dat de beoordeling door elke gemeente apart en daarna gemiddeld geschiedt. Daarnaast is niet duidelijk of de score van ‘de opdrachtgever’ een 0, 3, 6 of 10 is of een breuk daarvan (1/3 of ½). Omdat de hoofdtekst in samenhang met de voetnoot gelezen moet worden, is onduidelijk hoe de uiteindelijke score tot stand is gekomen. Gezien het voorgaande oordeelt de rechter dan ook dat de beoordelingssystematiek van de gemeenten niet voldoet aan de eisen van transparantie. Dat over deze transparantieschending geen vragen zijn gesteld tijdens de nota van inlichtingen, doet aan dit oordeel niet af. Volgens de rechter komt deze schending voor rekening en risico van de gemeenten, en niet de inschrijver(s).

In deze zaak betrof de voetnoot een onschuldige verduidelijking van een bepaalde tekst, maar dit heeft uiteindelijk de hele beoordelingssystematiek om zeep geholpen. Vooral als achteraf ook nog blijkt dat de verhoudingen in het beoordelingsteam scheef liggen. Een beroep op rechtsverwerking heeft in dat geval geen zin. Zorg er dus voor dat hetgeen je toelicht niet juist voor onduidelijkheid zorgt!

Is je interesse gewekt en wil je de volledig uitgewerkte uitspraak ontvangen? Meld je dan aan voor onze wekelijkse jurisprudentie update via info@aevesbenefit.com!

Dieuwertje Koesen en Farah Sediqi

Uitspraak van vorige week gemist? Klik hier om de Uitspraak van week 33 te lezen.

uitspraak van de week 34

Over de Uitspraak van de Week

Ons team juristen volgt de ontwikkelingen binnen het aanbestedingsrecht op de voet. Iedere week bespreken zij ontwikkelingen binnen het vakgebied, waaronder de in die week gepubliceerde jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie, van de nationale rechters en de adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts. Onze juristen beschikken over een diepgaande en actuele kennis van het aanbestedingsrecht. Iedere week kiezen zij één “Uitspraak van de Week” uit: een uitspraak die opvalt en relevant is voor inkopers in de publieke sector. Die Uitspraak van de Week delen wij met u door middel van het weergeven van de casus, het rechterlijk oordeel én de impact voor de praktijk.

Wie zijn wij?

Ons team juristen bestaat uit twaalf gespecialiseerde aanbestedingsjuristen in vaste dienst, waarvan acht senior juristen. Drie van de acht komen uit de advocatuur. Onze juristen zijn voor veel klanten vaste sparringpartner op aanbestedingsjuridisch gebied: zowel voor inkopers, behoeftestellers als voor in house juristen. Omdat onze juristen ruime ervaring hebben met het zelf begeleiden van aanbestedingen, het voeren van onderhandelingen met leveranciers, het opstellen van contracten en algemene voorwaarden en sommigen ook met het procederen hierover, kunnen zij praktisch en to the point adviseren. Door die praktische instelling, onze ruime ervaring én onze aantrekkelijke tarieven zijn wij vaak het ideale alternatief voor de inzet van een advocaat daar waar het geen gerechtelijke procedure betreft.