Uitspraak van de Week: Aanbieden geoffreerde producten bij gebruikerstest

24 apr 2019

Bij aanbestedingen voor leveringen is het hanteren van een gebruikerstest een vrij gebruikelijk gunningscriterium. Het voordeel van de gebruikerstest is dat het oordeel van personen die uiteindelijk het product zullen gebruiken, worden meegewogen bij de keuze voor het uiteindelijk te leveren product. Meer dan eens komt het echter voor dat het voor een inschrijver onduidelijk is welk product voor de gebruikerstest moet worden aangeleverd. Kan een inschrijver deelnemen aan een gebruikerstest met een product dat wel voldoet aan de gestelde minimumeisen, maar dat niet overeenkomt met het product dat is aangeboden in de offerte en zal worden geleverd na gunning van de opdracht?

Over deze vraag boog de rechtbank Midden-Nederland zich afgelopen week. De gemeente Zeist had een aanbesteding georganiseerd voor de aanschaf van een trekker voor een begraafplaats. Onderdeel van de aanbesteding was het doen van een gebruikerstest. Tijdens de gebruikerstest werden vervolgens onder meer het bedieningsgemak en het zitcomfort van de stoel beoordeeld. Daarnaast bleek uit de aanbestedingsdocumenten dat pas bij levering van de trekker zou worden gekeken of de stoel kon voldoen aan de gestelde minimumeisen.

Eén van de inschrijvers heeft in haar offerte een luxe stoelzitting aangeboden, maar levert voor de gebruikerstest een standaard (goedkopere) stoel aan zonder luchtvering. De stoel voldoet overigens wel aan de gestelde minimumeisen. Bij de gebruikerstest heeft zij aan de beoordelaars laten weten dat zij, als ze de opdracht zou winnen, een veel luxere en luchtgeveerde stoel zou aanbieden. Inschrijver laat ook een folder van deze stoel zien. Na afloop van de gebruikerstest geeft de gemeente aan dat de inschrijver nul punten heeft gescoord op de eerder genoemde onderdelen. Het bedieningsgemak en zitcomfort konden namelijk niet worden beoordeeld, omdat de geoffreerde stoel niet op de trekker aanwezig was.

De inschrijver was van mening dat dit niet duidelijk bleek uit de aanbestedingsdocumenten. Volgens de rechter had een normaal oplettende, behoorlijk geïnformeerde inschrijver kunnen weten dat de geoffreerde stoel moet worden beoordeeld: het heeft geen zin om een stoel te beoordelen die niet zal worden geleverd.

Let dus altijd goed op: bij een gebruikerstest moet je het product testen wat is geoffreerd en wat daadwerkelijk geleverd wordt na gunning van de opdracht, niet een variant die enkel aan de gestelde minimumeisen voldoet. Wat er niet is, kun je niet beoordelen!

Wat was er precies aan de hand?

Feiten

De gemeente heeft een meervoudig onderhandse aanbesteding georganiseerd voor de aanschaf van een trekker voor een begraafplaats. Eén van de opgenomen minimumeisen stelt dat de chauffeursstoel (lucht geveerd) aan alle ARBO eisen moet voldoen. De kwaliteit van de inschrijving zal worden beoordeeld met behulp van een gebruikerstest. In het beoordelingsformulier voor de gebruikerstest is opgenomen dat een score 0 kan worden toegekend indien een testonderdeel niet kan worden beoordeeld.

Eén van de inschrijvers heeft in haar offerte een luxe stoelzitting met luchtvering en veiligheidsgordel aangeboden, maar heeft voor de gebruikerstest een standaard stoel zonder luchtvering aangeleverd. Zij heeft wel medegedeeld dat zij, als zij de opdracht zou winnen, de geoffreerde stoel zou aanbieden. In de voorlopige gunningsbeslissing laat de gemeente aan de inschrijver weten dat zij voornemens is de opdracht aan een andere inschrijver te gunnen. Daarnaast geeft de gemeente aan dat zij het zitgemak en bedieningsgemak van de stoel niet heeft kunnen beoordelen, omdat de geoffreerde stoel niet op de trekker aanwezig was. Voor deze onderdelen heeft de inschrijver dus nul punten gekregen. Inschrijver is het hier niet mee eens en gaat naar de rechter. Volgens haar voldeed de stoel gewoon aan de gestelde minimumeisen en kon er ook een beoordeling plaatsvinden. Bovendien had haar de gelegenheid moeten worden geboden om dit te herstellen. Het toekennen van nul punten is daarom ook niet juist.

Uitspraak

Voor de beantwoording van bovenstaande vraag zijn het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel van belang. Zo beoogt het beginsel van gelijke behandeling dat voor alle deelnemers aan een aanbesteding dezelfde voorwaarden gelden. In samenhang daarmee beoogt het transparantiebeginsel dat alle voorwaarden van de gunningsprocedure op duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze worden geformuleerd in de aanbestedingsdocumenten. Op deze wijze kan elke behoorlijk geïnformeerde, normaal oplettende inschrijver de aanbestedingsdocumenten op dezelfde wijze interpreteren. Ook moet er acht worden geslagen op de betekenis van de woorden die zijn gebruikt door de aanbestedende dienst in de aanbestedingsvoorwaarden.

In deze zaak kon uit het beoordelingsformulier dat werd gebruikt voor de gebruikerstest worden afgeleid dat het bedieningsgemak en het zitcomfort van de stoel zouden worden beoordeeld. Als normaal oplettende, behoorlijk geïnformeerde inschrijver had de inschrijver kunnen weten dat de aangeboden stoel zou worden beoordeeld. Het heeft namelijk geen zin om een stoel te beoordelen die uiteindelijk niet zal worden geleverd. In dit geval maakt het dan ook niet uit dat de stoel aan de gestelde minimumeisen voldeed. Dit had voor de inschrijver, op grond van de aanbestedingsstukken, duidelijk moeten zijn.

Daarnaast heeft de inschrijver aangevoerd dat zij werd benadeeld doordat tijdens de gebruikerstest niet is aangegeven dat zij een score 0 zou krijgen voor de twee onderdelen die niet konden worden getest. De inschrijver had namelijk aangegeven dat het te leveren product zou worden aangepast na gunning en had de folder overlegd. Was inschrijver wel gewaarschuwd, dan had inschrijver er voor gezorgd dat de aangeboden stoel alsnog op de trekker zou worden gemonteerd. Zoals de rechter benadrukt, is het echter in strijd met het gelijkheidsbeginsel als de gemeente de inschrijver tijdens de gebruikerstest in staat had gesteld een andere stoel op de trekker te monteren. De vorderingen van de inschrijver worden afgewezen.

Naomi van ’t Hof en Linny Karssemeijer

Uitspraak van vorige week gemist? Klik hier om de Uitspraak van week 15 te lezen.

 

Over de Uitspraak van de Week

Ons team juristen volgt de ontwikkelingen binnen het aanbestedingsrecht op de voet. Iedere week bespreken zij ontwikkelingen binnen het vakgebied, waaronder de in die week gepubliceerde jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie, van de nationale rechters en de adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts. Onze juristen beschikken over een diepgaande en actuele kennis van het aanbestedingsrecht. Iedere week kiezen zij één “Uitspraak van de Week” uit: een uitspraak die opvalt en relevant is voor inkopers in de publieke sector. Die Uitspraak van de Week delen wij met u door middel van het weergeven van de casus, het rechterlijk oordeel én de impact voor de praktijk.

Wie zijn wij?

Ons team juristen bestaat uit twaalf gespecialiseerde aanbestedingsjuristen in vaste dienst, waarvan acht senior juristen. Drie van de acht komen uit de advocatuur. Onze juristen zijn voor veel klanten vaste sparringpartner op aanbestedingsjuridisch gebied: zowel voor inkopers, behoeftestellers als voor in house juristen. Omdat onze juristen ruime ervaring hebben met het zelf begeleiden van aanbestedingen, het voeren van onderhandelingen met leveranciers, het opstellen van contracten en algemene voorwaarden en sommigen ook met het procederen hierover, kunnen zij praktisch en to the point adviseren. Door die praktische instelling, onze ruime ervaring én onze aantrekkelijke tarieven zijn wij vaak het ideale alternatief voor de inzet van een advocaat daar waar het geen gerechtelijke procedure betreft.