Hoge Raad bevestigt: AMvB Reële Prijs ook van toepassing bij Open House procedures

19 okt 2021

Op 8 oktober jl. heeft de Hoge Raad een arrest gewezen, waarin is bevestigd wat al langer werd aangenomen in de rechtspraak: bij Open House procedures voor de inkoop van Wmo-zorg is de AMvB Reële Prijs Wmo 2015 van toepassing.

Het arrest van de Hoge Raad is het hoofdstuk in een lange strijd tussen gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek en Thuiszorg Gooi en Vechtstreek Services, gestart in 2016. In dat jaar hebben de gemeenten huishoudelijke hulp ingekocht via een Open House procedure voor de jaren 2017 en 2018. Op 1 juni 2017 is vervolgens de AMvB Reële Prijs Wmo 2015 geïntroduceerd. In 2018 hebben de gemeenten de bestaande contracten verlengd voor 2019 en 2020, alsook via een Open House nieuwe aanbieders gecontracteerd. Thuiszorg Gooi en Vechtstreek Services was het hier niet mee eens omdat de door de gemeenten gehanteerde tarieven volgens haar niet reëel waren. De gemeenten weerlegden dit door te stellen dat de AMvB niet van toepassing is op Open House procedures.

Na een kort geding in juli 2019 en een hoger beroep in januari 2020 komen partijen uiteindelijk in het najaar van 2021 terecht bij de Hoge Raad. Voordat een zaak op zitting komt, krijgt de Hoge Raad eerst een juridisch advies van de Procureur-Generaal of diens Advocaten-Generaal. Deze zogeheten ‘conclusies’ zijn veelal uitgebreider en diepgaander dan de arresten zelf en zijn daarmee een waardevolle bron van informatie. In de conclusie bij dit arrest beschrijft Advocaat-Generaal Drijber bijvoorbeeld de aanleiding voor de totstandkoming van de AMvB. Dit is gelegen in de dalende vergoedingen die gemeenten betaalden voor huishoudelijke verzorging sinds de decentralisatie hiervan in 2007. Om deze ‘race to the bottom’ een halt toe te roepen en het wettelijk kader voor kwaliteit en continuïteit te versterken, werd de AMvB geïntroduceerd. Hiermee zijn alle gemeenten verplicht om op basis van relevante kostprijselementen een reële prijs te hanteren bij aanbestedingsprocedures. Wat relevante kostprijselementen zijn moet worden vastgesteld door de gemeente, maar moet in ieder geval bevatten: de kosten van de beroepskracht, redelijke overheadkosten, kosten voor niet productieve uren als gevolg van verlof, ziekte, scholing of werkoverleg, reis en opleidingskosten, indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst en overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen zoals administratieve verplichtingen.

De Hoge Raad volgt de Advocaat-Generaal in de conclusie dat de redenen voor de totstandkoming van de AMvB, tot gevolg hebben dat deze ook moet worden toegepast bij Open House procedures. De gekozen inkoopprocedure is niet beslissend voor de vraag of gemeenten een reële prijs dienen te betalen voor de gevraagde zorg, zo stelt de Advocaat-Generaal. Daarbij komt dat in een Open House procedure de prijs door gemeenten wordt opgelegd. In een dergelijke situatie is het extra belangrijk dat deze prijs een optelsom is van alle relevante kostprijselementen.

Op basis van het voorgaande concludeert de Hoge Raad dat het beroep van de gemeenten wordt verworpen en wordt Thuiszorg Gooi en Vechtstreek Services in het gelijk gesteld.

Dit artikel is geschreven door Linny Karssemeijer (Aanbestedingsjurist bij AevesBenefit) en Ellen Weisbeek (Aanbestedingsjurist bij AevesBenefit).