Column: Welk nut dient het MKB-beleid?

6 sep 2017

De overheid’ is een containerbegrip. Ze is in te delen in een aantal subcategorieën. Neem daarvan de organisaties waarvan wij de bestuurders periodiek kiezen. Dan houd  je over: het rijk, de provinciën, de waterschappen en de gemeenten. Het valt me op dat deze organisaties  zich bij tijd en wijle erg druk maken om, zoals ze het vaak liefkozend noemen, hun MKB-beleid als onderdeel van het inkoopbeleid. Dit MKB-beleid is in de regel synoniem aan ‘beleid op kopen bij ondernemers uit de kiezerskring/regio’.

De term ‘MKB-beleid’ doet vermoeden dat de organisaties gerichte acties ontwikkelen om besteding bij MKB’ers te bevorderen. Wat er in de praktijk gebeurt, is echter wat anders. De overheid voert het zogenaamde MKB-beleid om het besteden van overheidsgeld bij lokale of regionale ondernemers te stimuleren. Daarbij beperkt de overheid zich niet alleen tot MKB-bedrijven. De achterliggende gedachte is dan vaak het stimuleren van de werkgelegenheid. Een MKB-bedrijf heeft maximaal 250 werknemers, een jaaromzet van minder dan 50 miljoen euro en een balanswaarde die kleiner is dan 20 miljoen euro. Liefst 99,7% van alle Nederlandse ondernemingen valt in deze categorie. Het grootbedrijf (zo’n 150 organisaties) vertegenwoordigt echter wel 34% van de arbeidsmarkt en zelfs 47% van de totale verkoopwaarde.

Bestuurders zijn er blijkbaar bij gebaat om, als ze er invloed op hebben, hun invloed te gebruiken om de locatie van een ondernemer mee te nemen in de leverancierskeuze. Bij Europese aanbestedingen is die invloed zeer beperkt (je kunt met selectie-eisen weliswaar een klein beetje sturen), maar bij onderdrempelige opdrachten is weldegelijk sturing mogelijk. Bijna twee derde van de totale inkoopwaarde van de overheid valt echter onder de Europese aanbestedingsdrempel. Die sturing kan dus weldegelijk invloed hebben. Maar waar is die invloed goed voor?

Ik noemde al de stimulering van werkgelegenheid. Een betere kan ik niet bedenken. Misschien dat ‘milieubelasting’ in sommige gevallen een goede tweede is. Ik kom dan niet verder dan dat bestuurders goede sier willen maken en in ieder geval geen gezichtsverlies willen leiden bij hun kiezers. Een vraag waarom er geen lokale aannemer wordt ingezet maar één van die grote ‘jongens’, is lastig te beantwoorden op verjaardagen; zeker in verkiezingstijd. Maar draait het hier nou echt om? Of moet waardemaximalisatie bij overheidsinkopen centraal staan? Deze vorm van lokaal protectionisme is een dure hobby. Wees kritisch bij de toepassing ervan!

Maar wees bovenal objectief bij de keuze van leveranciers. Zoek naar een optimum in prijs en kwaliteit. Prima als die uit de eigen gemeente of provincie komt, maar creëer een gelijk speelveld voor iedereen; ongeacht de omvang van de onderneming. Welke bestuurder toont het lef om dat aan zijn of haar kiezers uit te leggen? Die kan in ieder geval rekenen op mijn stem!

 

Wim Nieland

 

Tweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook