Column: Pecunia non olet

9 aug 2016

Vakantie. Eindelijk. Lang naar uitgekeken. Gezellig met het gezin een paar weken er tussenuit. Leuke dingen doen. Terwijl ik dit schrijf zit mijn vakantie er al weer op. Drie weken Noorwegen en Denemarken: een fantastische reis. Het was al weer even geleden dat ik in een vreemde valuta betaalde. Dan heb je toch minder snel door wat je uitgeeft, en waar je het hele jaar spaarzaam bent, let je hier op vakantie minder op.

Ik betrapte me dan ook een paar keer op de uitdrukking aan mijn kinderen: ‘Het geld groeit me niet op de rug’…  (ik hoorde mijn vader spreken). Waar komt die uitdrukking eigenlijk vandaan? Ik heb het eens opgezocht: in de zeventiende eeuw zei men ‘Het gelt wascht mij op den rugghe niet’, waarbij ‘wassen’ de betekenis van ‘groeien’ had. Wellicht was dat een gekuiste versie van een wat ouder Duits spreekwoord: ‘Das Geld fällt mir nicht aus dem Arsche’, vrij vertaald: ‘Het geld rolt me niet uit de kont’. De betekenis spreekt voor zich…

In dat kader nog een aantal must-knowns voor inkopers dat ik in overigens allemaal mijn vakantie tegenkwam:

 ‘Geld over de balk smijten’: met de balk bedoelen we de balk die in stallen boven de ruif zit. Als de boer het vee voert, gooit hij hooi in de ruif. Daarbij valt er weleens wat hooi over de balk, zeker als hij het hooi slordig verspreidt. Vanuit die gedachte van achteloosheid ontstond waarschijnlijk de betekenis ‘verspilling’. Later sloop het woord geld in dit gezegde en ontstond de variant geld over de balk smijten.

‘Aan de strijkstok blijven hangen’: niet een strijkstok van een strijkinstrument maar een maatstok om bakjes (de zogenoemde maten) met koren, kalk en andere droge waren, af te strijken als ze waren gevuld. De inhoud kwam zo gelijk te staan met de rand van de maat. Vroeger luidde de uitdrukking ‘Er blijft veel aan de maat en de strijkstok hangen’. Blijkbaar wist men de strijkstok zó handig te hanteren dat men er zelf iets aan overhield en de klanten tekort werd gedaan. Een koopman kon bijvoorbeeld tijdens het afstrijken met zijn vingers ongemerkt wat graan uit de maat halen. Ook werd er met de strijkstokken zelf geknoeid.

‘Geen cent te makken’: een verbastering van de Bargoense uitdrukking ‘’n cent ’n makke’. Bargoens was de geheimtaal van dieven, landlopers en rondtrekkende handelaren. Het bevatte veel Jiddische en daardoor ook Hebreeuwse elementen. ’n Cent ’n makke is vermoedelijk een soort zelfvervloeking van de koopman (of de koper): ‘bij elke cent die ik er minder voor krijg (of als koper: bij elke cent die ik er meer voor moet betalen) mag ik een makke krijgen’. Makke gaat terug op het Hebreeuwse makka, dat ‘klap, slag’ en ‘gebrek, kwaal, plaag’ betekende. Later werd ’n cent ’n makke verbasterd tot geen cent te makken.

‘Een kat in de zak kopen’: iemand dacht dat hij een haas had gekocht om daar een maaltijd mee te bereiden, maar bij het openmaken van de zak merkte hij dat er een kat in zat. Er is een andere mogelijke herkomst: vroeger werkten bontwerkers alleen met de vacht van zwarte katten. Als je een kat kocht die in een zak zat, en niet vóór de koop controleerde of het wel een zwarte kat was, was het je eigen schuld als je later bleek te zijn bedrogen met bijvoorbeeld een lapjeskat.

‘Voor een appel en een ei kopen’: zowel appels als eieren symboliseren iets van weinig waarde. Appels waren van oudsher de goedkoopste vruchten en eieren werden als goedkope vleesvervangers gebruikt. In het Middelnederlands bestond er al een uitdrukking niet een ei, met als betekenis: ‘helemaal niets’. Zo schreef men: ‘U gheroep ende ghecrey mach u hulpen niet een ey’ (‘Uw geroep en geschreeuw zal u niets helpen’).

En als uitsmijter: ‘Geld stinkt niet’: dit is van oorsprong een Latijnse uitdrukking. Toen keizer Vespasianus aantrad was de staatskas leeg door de brand van Rome, de excessen van Nero, het Vierkeizerjaar en de Opstand van de Batavieren. Hij herstelde de financiën mede door de herinvoering van Nero’s urinebelasting. Deze belasting werd opgelegd aan eigenaars van publieke pispotten waarin voorbijgangers urineerden en buren hun pispot leegden. De eigenaars verkochten de urine aan wasserijen. Toen zijn zoon Titus aanmerkingen had op de urinebelasting, zou de keizer volgens Suetonius geantwoord hebben dat er geen luchtje aan een munt zat. Pecunia non olet. Ook al kwam die lucht van de urine (e lotio est). Het maakte dus niet uit hoe het geld verdiend werd.

Ik hoop dat je een lekkere vakantie hebt gehad of dat die nog in het vooruitzicht ligt. Ik ga in ieder geval opgeladen, door de mooie natuur (en wat armer) maar geïnspireerd weer aan de slag!

Wim Nieland

 

Wim Nieland is directeur publiek bij adviesbureau Aeves – Benefit. Aeves – Benefit adviseert, levert interim oplossingen en voert executive search diensten uit voor alle commerciële functies binnen uw organisatie (inkoop, sales en marketing). Kijk voor meer informatie op Aeves.com en Benefit.nl