Column: De ambitieuze doelen achter de nieuwe Aanbestedingswet

4 aug 2015

Opsommingen van wat er met de nieuwe Aanbestedingswet feitelijk wijzigt in 2016, zijn er te over. Voor aanbesteders zoomen we even uit: we kijken naar de doelstellingen van de nieuwe wet. Leidt de nieuwe wet wel tot een meer doelmatige besteding van overheidsgeld?

Voor de doelstellingen van de nieuwe Aanbestedingswet gaan we eerst terug naar het doel van de nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen. De nieuwe Aanbestedingswet is immers uitsluitend de implementatie van deze Europese wetgeving. Bij het opstellen of implementeren van (Europese) wetgeving schuilt altijd het gevaar dat het oorspronkelijke doel uit het oog verloren wordt. Waar vereenvoudiging en flexibiliteit worden gepredikt, volgen soms dusdanig vage of complexe wetteksten dat ze in de praktijk hun doel(en) voorbij schieten. Hoe zit dat bij de nieuwe Aanbestedingswet?

Begin 2010 publiceerde de Europese Commissie de “Europa 2020-strategie”: het tienjarenplan voor de groei van de Europese Unie. In 2020 moeten ambitieuze doelstellingen gerealiseerd zijn op het gebied van onder andere werkgelegenheid, klimaat en energie, en sociale inclusie. Daarbij werden overheidsopdrachten vanwege hun economische gewicht aangewezen als één van de marktinstrumenten die kunnen worden ingezet voor slimme, duurzame en inclusieve groei en het zo efficiënt mogelijk besteden van overheidsmiddelen. Het was volgens de Europese Commissie “onontbeerlijk” in het licht van de marktontwikkelingen en begrotingsbeperkingen om nieuwe aanbestedingsregels op te stellen.

De nieuwe richtlijnen zouden het middel zijn voor de aanbestedende diensten om de gestelde doelen (duurzaamheid, sociale inclusie, innovatie en doelmatigheid) te bereiken. Doelmatigheid ziet toe op meer efficiëntie en besparingen in tijd en middelen voor aanbestedende diensten én voor ondernemingen. De Europese Commissie keek daarbij vooral naar het MKB. Het onderschrift van het toelichtingsdocument van de Europese Commissie op de gewijzigde regels luidt kort en bondig: “eenvoudiger en flexibeler”. Al deze doelen heeft ook de Nederlandse wetgever scherp op het netvlies gehouden bij implementatie, zo staat beschreven in de concept-Memorie van Toelichting.

Over de vraag of met de gewijzigde regels de doelen worden gediend, kan worden getwist. Bepaalde doelen vinden nu direct hun weerslag in de wet. Voor de doelstelling “duurzaamheid” komt bijvoorbeeld de mogelijkheid een specifiek keurmerk te vragen bij overheidsopdrachten met milieu-, sociale- of andere kenmerken. Voor “sociale inclusie” is de regeling voor voorbehouden opdrachten tot (ook) sociale ondernemingen en “kansarme werknemers” uitgebreid. De verplichting tot e-aanbesteden en de introductie van één regime voor concessieopdrachten dragen bij aan vereenvoudiging, flexibilisering en (dus) doelmatigheid. Maar er bestaan ook grijze gebieden. Zo heeft de (Europese) wetgever het begrip “belangenconflict” in de wet opgenomen. Maakt codificatie van de verplichting “passende maatregelen” te treffen tegen dergelijke belangenconflicten het vraagstuk “integriteit” echter wel eenvoudiger? Daarnaast wordt een nieuwe procedure geïntroduceerd; die van het innovatiepartnerschap. Doordat niet concreet wordt benoemd wanneer deze kan worden toegepast, is het maar de vraag of deze leidt tot meer eenvoud en doelmatigheid. Een laatste voorbeeld: de minimumtermijnen worden verkort. Veel inschrijvers vinden de huidige minimumtermijnen (zoals die door de aanbestedende diensten worden toegepast) al te kort. Het verder inkorten van (minimum) inschrijftermijnen hoeft dus niet te leiden tot meer efficiëntie en doelmatigheid. Je kunt je zelfs afvragen of meer regelgeving of meer flexibiliteit in regelgeving zich überhaupt verdraagt met het streven naar meer eenvoud en doelmatigheid.

Het middel dat gegeven wordt voor de realisatie van de door Europa geformuleerde doelstellingen kent wellicht zijn manco’s. Het doel dat iedere aanbestedende dienst voor ogen dient te houden is wel kristalhelder: een meer doelmatige besteding van overheidsgelden, waarbij duurzaamheid en sociale inclusie een belangrijke rol spelen. Dat aanbestedende diensten zich bewust zijn van die doelen, is van groot belang. Zonder dat bewustzijn van aanbestedende diensten worden deze doelen al snel een dode letter. Ofwel: (gebrekkige) wetgeving of niet, de bal ligt vooral bij de aanbestedende diensten om de doelen voor ogen te houden. Aanbestedende diensten: doe hier uw voordeel mee! Grijp de argumenten “flexibiliteit”, “eenvoud”, en “vermindering van administratieve lasten” aan bij uw keuzes en maak uw keuzes sociale inclusie-proof!

 

Claire Leussink-Nies en Evelyn Vijverberg 

Consultants bij Aeves

Claire Leussink Evelyn Vijverberg