Aanbestedingsplicht woningcorporaties bijna een feit?

18 feb 2019

Al sinds 2017 discussiëren de Europese Commissie en Nederland over de vraag of woningcorporaties aanbestedingsplichtig zijn. Na een formele aanzegging en de officiële reactie hierop van onze minister is het enige tijd stil gebleven. Op 24 januari jl. heeft Nederland een tweede aanmaningsbrief ontvangen van de Europese Commissie.

Met de tweede aanmaningsbrief wil de Commissie duidelijkheid krijgen over de onopgeloste juridische aspecten die met name toezien op het criterium ‘toezicht op het beheer’. Aan dit criterium moet worden voldaan, wil een woningcorporatie gekwalificeerd worden als publiekrechtelijke instelling in de zin van artikel 1.1 van de Aanbestedingswet en dus aanbestedingsplichtig zijn.

In haar brief benadrukt de Commissie wederom dat woningcorporaties sterk afhankelijk zijn van de Nederlandse overheid, zowel op centraal als op lokaal niveau. Daarom blijft de Commissie van oordeel dat Nederland het EU-recht heeft geschonden (Richtlijn 2014/23/EU en Richtlijn 2014/24/EU). Het gaat dan met name om de transparantieverplichting die vereist dat woningcorporaties hun aanbestedingen bekendmaken om gelijke kansen te scheppen voor ondernemingen, en daarmee de beste prijs-kwaliteitverhouding bij hun aankoop garanderen.

De bal ligt bij minister Ollongren
We zijn zeer benieuwd wat de reactie van minister Ollongren van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gaat zijn. Vast staat dat een herhaling van het eerder ingenomen standpunt niet voldoende is voor de Commissie. Pakweg een jaar geleden was het ministerie namelijk nog van mening dat er steekhoudende argumenten zijn om te ontkomen aan een Europese aanbestedingsverplichting, namelijk:
• het wijzen op nationale wetgeving als een nadere invulling van een artikel uit de Europese Richtlijn;
• het beperkte effect dat een woningcorporatie zou hebben op de mededinging;
• de financiële consequenties van een aanbestedingsverplichting.

En dat is een bal die dus niet opgaat, zo laat de Commissie blijken in haar tweede aanmaningsbrief.

Bij uitblijven van een juridisch beter onderbouwde motivering, waar Nederland nu twee maanden de tijd voor heeft, kan de Commissie besluiten om naar het Europese Hof van Justitie van de EU in Luxemburg te stappen. In dat geval komt er voorlopig geen einde aan deze langslepende discussie.

Niels Hoppenbrouwers